2 min leestijd

Balfourverklaring 1917: tekst, context en nalatenschap

De brief uit 1917 sprak Britse steun uit voor een Joods nationaal tehuis in Palestina en beloofde zich in te spannen om dit mogelijk te maken. Tegelijkertijd beschermde hij de burgerlijke en godsdienstige rechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen en de rechten van Joden elders. Een staat werd niet beloofd.

Miriam Bernstein

Miriam Bernstein is het pseudoniem van de redactie Bronnen van Hasbara. Elk artikel is onderbouwd en voorzien van bronnen.

De Balfourverklaring was een brief van 2 november 1917 van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour aan Lord Rothschild. Daarin verklaarde de Britse regering dat zij de vestiging van “in Palestine a national home for the Jewish people” gunstig gezind was en haar “best endeavours” zou aanwenden om dit te helpen verwezenlijken. Dezelfde zin bevatte twee waarborgen: niets mocht afbreuk doen aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina, of aan de rechten en politieke status die Joden in andere landen genoten. De volledige brief, bewaard door het Avalon Project, laat beide toezeggingen in de oorspronkelijke tekst zien.

Wat de brief beloofde en onbepaald liet

De brief steunde een nationaal tehuis; hij gebruikte niet de woorden “staat”, “soevereiniteit” of “zelfbeschikking” en bepaalde niet hoe de toekomstige staatsinrichting van het gebied eruit zou zien. De formulering kan daarom niet worden opgevat als een verklaring van onmiddellijke staatkundige onafhankelijkheid. Het was een beleidsverklaring van de Britse regering tijdens de Eerste Wereldoorlog, gericht aan Rothschild om aan de Zionistische Federatie door te sturen.

De waarborgen waren specifiek, maar niet op dezelfde manier geformuleerd. De clausule noemt de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-Joodse gemeenschappen; hun politieke rechten worden niet uitdrukkelijk genoemd. Afzonderlijk beschermt de brief de rechten en politieke status van Joden in alle andere landen. Dit zijn de bewoordingen van de brief, geen toekenning van soevereiniteit aan een van beide gemeenschappen.

Hoe de toezegging een internationaal kader kreeg

Het mandaat van de Volkenbond voor Palestina, goedgekeurd op 24 juli 1922 en van kracht geworden op 29 september 1923, verwees in de preambule naar de verklaring uit 1917. Artikel 2 gaf Groot-Brittannië de verantwoordelijkheid om voorwaarden te scheppen voor een Joods nationaal tehuis, zelfbesturende instellingen te ontwikkelen en de burgerlijke en godsdienstige rechten van alle inwoners te beschermen. Artikel 6 riep op tot het vergemakkelijken van Joodse immigratie onder passende voorwaarden. De tekst van het mandaat is een later, afzonderlijk instrument; het nam verwante toezeggingen op, maar maakte van de brief uit 1917 zelf geen document over soevereiniteit.

Lees hierna: hoe de brief werd opgesteld, waarom Groot-Brittannië hem uitvaardigde en hoe hij zich verhield tot de andere Britse toezeggingen in oorlogstijd.

Categoriepagina's

Bronnen

  1. 1.https://avalon.law.yale.edu/20th_century/balfour.asp
  2. 2.https://www.un.org/unispal/document/auto-insert-201057/
  3. 3.https://www.un.org/unispal/wp-content/uploads/2017/05/C-529-M-314-1922-VI_BI.pdf